Na een heerlijk drukke week vond ik vrijdag dat het maar eens tijd werd om me nogmaals te ontspannen en over te geven aan de geneugten Romes. Ik maak al een hele tijd plannen om Museo Altemps te gaan bezoeken, nabij Piazza Navona, en aansluitend de Crypta Balbi, maar het was er nog niet van gekomen. Toen ik om 15u op de Academia vertrok, bedacht ik dat met één toegangsticket van de Palazzo Altemps , je drie andere musea kon gaan bezoeken. En ik weet niet wat me juist dreef, maar je raadt het al, ik week af van mijn weg, sloeg de Metro in en voor ik het wist stond ik op de Piazza Repubblica voor de muren van de Thermen van Diocletianus. Ik wist helemaal niet wat me te wachten stond, wat het museum te bieden had, maar het idee om Thermen te bezoeken op een overtrokken dag sprak me wel aan.
Toevallig of niet, bij het binnengaan van het museum (een 19e eeuwse aanbouw/integratie) zag ik dat er een permanente expositie was van… epigrafie. Blijkbaar bevat dit museum de op 1 na grootste collectie inscripties van Rome. EN toevallig gaat mijn onderzoek over epigrafie. Dus daar ging mijn namiddagje ontspannen. Hoewel, ik heb volop van het museum genoten, op een veel intensere manier dan ik anders zou gedaan hebben, maar het was vooral werkgericht geworden. Het is wel iets dat je moet bevallen, al die stenen, anders kan je er effectief weinig gaan doen. Tenzij je natuurlijk gekomen bent voor de pre- en protogeschiedenis van Rome (boven het Michelangelische klooster) of de zaal van de Thermen in zijn oorspronkelijke staat te zien. In die laatste hebben ze trouwens twee funeraire columbaria, uitgehouwen uit hun oorspronkelijke vindplaats in de steen, geplaatst. Best imposant. Na dit museumtripje heb ik toch nog een kort bezoek gebracht aan de Santa Maria degli Angeli, die net om de hoek lag. Toevallig werd deze kerk gevestigd in één van de zalen van de thermen waardoor de omvang en imposante ruimte van de thermen toch enigszins bewaard is gebleven en ons vandaag nog kan doen versteld staan van de bouwwerken die deze thermen ooit moeten geweest zijn.
Zaterdag zou een échte rustdag worden, eentje waarop ik me wel zou ontspannen en dat geen werk zou vergen – zelfs niet toevallig.
De Via Appia Antica zou het dus worden. Enkele jaren geleden had ik met Steven deze mooie weg nog afgelopen van een bushalte ergens op de Via Appia tot aan de Porta San Sebastiano (in de stadsmuren van Rome) dat gepaard ging met een bezoekje aan de catacomben van San Calisto. Deze keer besloot ik de andere kant uit te gaan, waar nog grote stukken van de oorspronkelijke weg bewaard zijn gebleven, net als de funeraire monumenten langs de kant van de weg, de tumuli en andere Romeinse gebouwen, of zal ik zeggen ruïnes. Deze weg was veel rustiger, landelijker, groener, kortom met een staalblauwe hemel boven me, een heerlijk temperatuurtje en dat te midden van al dat groen… Het kon voor mij niet meer stuk. Ik heb een aantal uur gewandeld, tot aan de Villa dei Quintilli, dat wegens onderhoudswerkzaamheden alleen open was langs de kant van de Via Appia Nuova. Toen ik in de verte donkerder wolken bespeurde besloot ik dat het wijzer zou zijn, op mijn voetstappen terug te keren en het zekere voor het onzekere te kiezen. Om 17u30 stond ik weer aan de bushalte en na een minnedicht van een half uur van een door mijn ogen geïnspireerde Romein kon ik eindelijk, moe maar best tevreden, weer naar huis keren, nagenietend van de mooie Romeinse natuur. Een aanrader voor wandelaars én fietsers btw!
De komende dagen zullen jullie weinig van me horen trouwens. Woensdag 15/04 keer ik naar de Lage Landen weer. Ik heb namelijk donderdag en vrijdag een seminarie voor de Doctoral School for Economic and Social History (N.W. Posthumus Instituut in Groningen). Zaterdag zal ik in het Gentse verkeren voor administratie af te handelen en herenigd te worden met mijn beste vriend, die ik in 9 maand niet meer gezien heb. Zondag verblijf ik bij mijn familie en maandag keer ik weer Rome-waarts.
Alora, arrividerci Roma, ook al is het niet zo heel erg lang.
Groetjes!
Gisteren ben ik voor de eerste keer sinds lange tijd naar de tekenles geweest. Ja, je leest het goed, tekenles in Rome.
Effe een kort tussendoortje: Dagmar is gisteren aangekomen aan de Academia Belgica! En ik moet zeggen het doet deugd zo’n fijne vriendin in de buurt te hebben.
nig tijd voor de Centrale Montemartini te bezoeken, maar dat staat zeker deze week op het programma.
Zaterdag ging ik me rustig houden, het was een drukke week geweest, vol nieuwe impulsen en af en toe heeft een mens dan wel eens nood aan ontspanning en alle ervaringen te verwerken. Dat heb ik dan ook met Sonia gedaan. Sonia is de nieuwe archivaris van de Academia Belgica, komt uit Brussel en is de perfecte mediator tussen nederlandstaligen en francophones. En we zijn richting de Villa Torlonia getrokken. Dat ligt in het Noorden van Rome en was in de 19e eeuw opgetrokken voor een rijke bankiersfamilie. Later zou Mussolini het complex van Torlonia huren voor een symbolische lira per jaar. Rond de drie hoofdgebouwen, die nu twee musea en één tijdelijke expositieruimte herbergen, is een prachtig park aangelegd met palmbomen en fonteinen, een echte verademing in het drukke Rome. Ik moet zeggen dat ik er heerlijk heb genoten van het mooie weer, het gezelschap en de omgeving… ‘s Avonds stonden Sonia en ik in voor de culinaire geneugten en onze mederesidenten aten en vonden dat het goed was.
Zondag, rustdag, zou je denken. Wel in zekere zin was dat zo, maar anderzijds kwam er nog redelijk wat werk aan te pas. Om 9u ‘s ochtends was ik al op pad, trap, metro, metro en trein om Ostia Antica, de antieke haven van Rome, te gaan bezoeken. Het was ook prachtig weer – kwestie van jullie jaloers te maken: een strakblauwe hemel en een warm zonnetje deden hun best, met een rood verbrande neus en schouders tot gevolg – dus geen dag om binnen te blijven. Het was daarbij de dag van de vrouw hier in Italië, waardoor toegang tot alle nationale musea gratis toegankelijk waren voor ons vrouwen, een meenemertje bijgevolg. Maar het was verdraaid druk in Ostia, misschien net door il bel tempo. De plaatselijke en minder plaatselijke jeugdverenigingen waren en masse naar Ostia gekomen om spelletjes te spelen, net als vele ouders met hun jonge kinderen, waardoor de site eerder de allure van een (attractie)park had dan van een openlucht museum. Gelukkig heb ik het niet aan mijn hart laten komen en volop genoten van mijn bezoek. Maar één ding staat vast: of het nu voor mijn werk is of om te ontspannen, Ostia zal nog een aantal bezoekjes van me kunnen verwachten. 

Recente reacties